ECLI:NL:RBZWB:2024:1313
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart verzet gegrond tegen onbevoegdheidsuitspraak inzake Jeugdwet-aanvragen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzet van opposante tegen uitspraken van 13 oktober 2023 waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van haar beroepen over niet tijdig beslissen op Jeugdwet-aanvragen voor haar kinderen.
De rechtbank concludeerde aanvankelijk dat opposante geen formele aanvragen had ingediend, maar enkel een verzoek tot een gezamenlijke afspraak. In het verzet overwoog de rechtbank dat het ontbreken van een ondertekend ondersteuningsplan niet betekent dat er geen aanvraag is ingediend, omdat de Jeugdwet geen afwijkende aanvraagprocedure kent van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank stelde vast dat het college na het verzoek van opposante een onderzoek naar jeugdhulp is gestart en ondersteuningsplannen heeft opgemaakt. Hierdoor is niet buiten redelijke twijfel dat er geen aanvragen zijn. De eerdere onbevoegdheidsuitspraak was daarom onterecht en wordt vernietigd. Het onderzoek wordt hervat in de stand van zaken voorafgaand aan de buiten-zittinguitspraken.
De rechtbank merkt op dat ook na hervatting het eindoordeel kan zijn dat zij onbevoegd is, maar dat daarvoor meer onderzoek nodig is. Er worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere onbevoegdheidsuitspraak en hervat het onderzoek naar de aanvragen jeugdhulp.