ECLI:NL:RBZWB:2024:1175
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na correctie historische nieuwprijs en schadewaardering
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €11.428 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste vaststelling van de historische bruto BPM, de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde, de waardevermindering door schade en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de auto voor fiscale doeleinden als personenauto kwalificeert en dat de historische bruto BPM daarom op €35.968 moet worden vastgesteld. De historische nieuwprijs werd vastgesteld op €75.462, gebaseerd op de netto catalogusprijs van een referentieauto. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat werd vastgesteld op €22.947, conform het taxatierapport van de hertaxateur.
Belanghebbende stelde een hogere schadepost van €10.650, maar de rechtbank vond dit onvoldoende aannemelijk en kwalificeerde het als normale gebruiksschade. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd naar €6.555. De rechtbank wees het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af en veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €6.555 en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.