ECLI:NL:RBZWB:2024:1018
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenvergoeding bezwaar vennootschapsbelasting onzakelijke lening
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2017 vanwege de kwalificatie van geldverstrekkingen als onzakelijke leningen. De inspecteur verklaarde het bezwaar gegrond en kende een kostenvergoeding toe van € 592, gebaseerd op een wegingsfactor van 1.
Belanghebbende stelde beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding en bepleitte een hogere wegingsfactor van 2, verwijzend naar de complexiteit en duur van de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat de wegingsfactor wordt bepaald door aard, belang en ingewikkeldheid van de zaak en dat de zaak in de categorie gemiddeld (factor 1) valt.
De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de toegekende wegingsfactor, aangezien het geschil slechts één discussiepunt betrof dat niet dusdanig complex was. Ook de duur van de procedure en de informatieachterstand van de gemachtigde rechtvaardigden geen hogere factor.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de kostenvergoeding van € 592 blijft staan en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de kostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van € 592 blijft gehandhaafd.