ECLI:NL:RBZWB:2023:9100
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en beëindiging bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Eiser ontving sinds 12 juli 2021 een bijstandsuitkering van het college van burgemeester en wethouders van Breda. Het college heeft het recht op uitkering ingetrokken per 1 januari 2022 en beëindigd per 9 juni 2022 omdat eiser werkzaamheden verrichtte in een bedrijf zonder dit te melden, waardoor hij de inlichtingenplicht schond.
De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden als op geld waardeerbare arbeid moeten worden beschouwd, ongeacht of eiser daadwerkelijk loon ontving. Uit onderzoek en waarnemingen blijkt dat eiser diverse taken verrichtte in het bedrijf, wat door eiser niet is betwist. Zijn stelling dat het vrijwilligerswerk betrof en dat hij alleen een vriend hielp, leidt niet tot een ander oordeel.
Omdat eiser geen inzicht heeft gegeven in de omvang van zijn werkzaamheden en vergoedingen, kan het college het recht op bijstand niet schattenderwijs vaststellen. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de intrekking en beëindiging van de uitkering. Ook is geen ruimte voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel vanwege het dwingende karakter van de Participatiewet.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering bevestigd.