ECLI:NL:CRVB:2018:3156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens verzwegen schoonmaakwerkzaamheden
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds januari 2013. Naar aanleiding van een anonieme melding is een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat zij schoonmaakwerkzaamheden verrichtte in woningen van derden. Deze werkzaamheden werden niet gemeld aan het college, waardoor het college de bijstand herzag en een bedrag van €3.453,98 terugvorderde over de periode december 2013 tot mei 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen inlichtingenplicht had geschonden omdat zij geen geldelijke vergoeding ontving en de werkzaamheden verrichtte om de Nederlandse taal te leren. De Raad oordeelde dat het verrichten van op geld waardeerbare arbeid, ongeacht de intentie en daadwerkelijke inkomsten, relevant is voor de bijstand en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden.
Het college had het inkomen schattenderwijs vastgesteld en in mindering gebracht op de bijstand. Appellante voerde hiertegen geen zelfstandige gronden aan. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en de terugvordering van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van schoonmaakwerkzaamheden.