ECLI:NL:RBZWB:2023:8911
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd waartegen bezwaar werd gemaakt. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Vervolgens vernietigde de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan over dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan het beroep is tegemoetgekomen en daarom veroordeelde zij de heffingsambtenaar tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten van €566,50. Tevens is de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht van €50 te vergoeden. Indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt, loopt wettelijke rente over het openstaande bedrag.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 19 december 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.