ECLI:NL:RBZWB:2023:8855
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ontbreken deugdelijke verzendadministratie bij aanslag zuiveringsheffing 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimten 2019, die volgens de heffingsambtenaar op 30 september 2021 was verzonden. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende betwistte de ontvangst en daarmee de verzending van de aanslag.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de aanslag daadwerkelijk was verzonden. De overgelegde stukken van Jetmail toonden wel een opdracht tot verzending, maar boden geen inzicht in het moment van aanbieding aan het postvervoerbedrijf. Er was geen deugdelijke verzendadministratie die de verzending kon bevestigen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de aanslag niet op juiste wijze bekend was gemaakt en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de heffingsambtenaar werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast kreeg belanghebbende vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten toegekend. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de procedure nog niet was afgerond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie.