Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Verzoek en verweer
4.Beoordeling
kanvaststellen dat er geen schadevergoeding hoeft te worden voldaan en dat niet bij elke geringe overschrijding van de termijn volstaan kan worden met een vaststelling dat de termijn is overschreden. Uitgangspunt dient te zijn, ‘schadevergoeding, tenzij’. Daar komt bij dat de zaak van verzoeker, op grond van de stukken, geen uitzonderlijk complexe betreft. Bovendien erkent de officier van justitie dat zijn termijnoverschrijding verzoeker niet kan worden verweten en betwist de officier van justitie de door verzoeker gestelde onzekerheid, spanning en onrust niet. De rechtbank gaat aldus in dit geval uit van schade aan de zijde van verzoeker, zodanig dat een enkele vaststelling van de termijnoverschrijding onvoldoende genoegdoening biedt, hoe gering de termijnoverschrijding ook.