ECLI:NL:GHDHA:2022:2645
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding bij termijnoverschrijding zorgmachtiging Wvggz
Verzoekster maakte aanspraak op een hogere schadevergoeding dan de door de rechtbank toegekende €180 wegens overschrijding van de termijn van vier weken zoals bedoeld in artikel 5:16 lid 1 Wvggz Pro. Deze termijn betreft de mededeling door de officier van justitie of aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan.
Het hof overweegt dat de termijnoverschrijding van 34 dagen vaststaat en dat de regeling in artikel 10:12 lid 3 Wvggz Pro een laagdrempelige schadevergoeding beoogt voor kwetsbare personen met een psychiatrische aandoening. Het hof stelt dat in beginsel niet gekeken dient te worden naar in wiens risicosfeer de overschrijding ligt, mede omdat het lastig is vast te stellen of de patiënt zelf aandeel had in de overschrijding.
Hoewel verzoekster niet meewerkte aan het psychiatrisch onderzoek, acht het hof dit niet relevant voor het recht op schadevergoeding. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €10 per dag overschrijding, totaal €340. De vordering tot wettelijke rente wordt afgewezen omdat verzoekster geen betaalgegevens verstrekte. De Staat wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €956. De eerdere beschikking wordt vernietigd en het verzoek tot een hogere vergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €340 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding Wvggz en proceskosten van €956.