Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:8118

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
C/02/408085 / HA ZA 23-184 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Stoof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering vergoeding kosten erfgrensvaststelling in burengeschil

Eisers en gedaagden zijn buren met aangrenzende percelen en hebben een geschil over de exacte locatie van de erfgrens. Eisers heeft kosten gemaakt voor een erfgrensreconstructie door een landmetersbureau en het Kadaster. Eisers vordert vergoeding van deze kosten van gedaagden.

De rechtbank oordeelt dat de kosten van het Kadaster niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat deze zijn betaald door de rechtsbijstandsverzekeraar van eiser en dus niet door eiser zelf zijn gedragen. De kosten van het landmetersbureau worden ook afgewezen omdat de situatie een burengeschil betreft waarbij beide partijen een aandeel hebben in het conflict en de kosten niet als redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW kunnen worden beschouwd.

Eisers wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. Het vonnis is gewezen door rechter Stoof en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van kosten erfgrensvaststelling af en veroordeelt eiser in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/408085 / HA ZA 23-184
Vonnis van 22 november 2023
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats] ,
2.
[eiser 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers ] ,
advocaat: mr. A.C.F. Berkhof te Goes,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. J.G. van Ek te Heerlen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 juli 2023
- de akte van 23 oktober 2023 met producties van [eisers ] tevens houdende vermeerdering van eis
- de akte van 30 oktober 2023 met één productie van [eisers ]
- de mondelinge behandeling van 3 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- het proces-verbaal van 3 november 2023, ter zitting opgemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisers ] is eigenaar van het perceel aan de [adres] te [plaats] , kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding 1] . [gedaagden] is eigenaar van het naastgelegen perceel, kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding 2] .
2.2.
[eisers ] en [gedaagden] hebben sinds het voorjaar van 2022 met elkaar gecorrespondeerd over onder meer de locatie van de erfgrens tussen beide percelen.
2.3.
Op 19 juli 2022 heeft [landmetersbureau] , een erfgrensreconstructie uitgevoerd hetgeen zij verklaart in het inmeetverslag. [landmetersbureau] heeft op het perceel van [eisers ] paaltjes geplaatst. Op deze paaltjes staat: ‘
80cm 
2.4.
In de e-mail van [landmetersbureau] van 6 september 2022 aan [eisers ] staat: ‘
(...) Wij hebben geconstateerd dat de schutting ruim op uw perceel staat. (...) Dit is ook de reden dat wij er niet bij konden komen en de paaltjes 80cm hebben verklikt. Ter verduidelijking de schutting is van u en deze staat op u perceel. (...)
2.5.
In de e-mail van [landmetersbureau] van 18 oktober 2023 aan de advocaat van [eisers ] staat: ‘
(...) De tekeningen worden opgemaakt in het veld en zijn achtergelaten op locatie. (...) De paaltjes zijn vaak verklikt gezien je vaak bij objecten geen paaltje kan slaan of er een schutting of hek in de lijn staat. (...) Verklikt wil zeggen dat in een situatie waar een hek op de kadastrale grens staat wij een lijn verklikt (naast) de grens laten lopen met een vaste afwijking ,Zodat de klant het hek opnieuw kan plaatsen met een rolmaat vanaf de piket 80cm gemeten. (...)
2.6.
De kosten van [landmetersbureau] bedragen € 1.398,00 en zijn door [eisers ] betaald.
2.7.
Op 24 oktober 2023 heeft het Kadaster in opdracht van [eisers ] de grens opnieuw gereconstrueerd. De kosten van het Kadaster bedragen € 1.380,00 en zijn door de rechtsbijstandsverzekeraar van [eisers ] betaald.

3.Het geschil

3.1.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over een aantal geschilpunten. Die overeenstemming is vastgelegd in het proces-verbaal van 3 november 2023. [eisers ] heeft de vorderingen onder a, b, c en d ingetrokken. Ten aanzien van het geschilpunt waarover partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken, de vordering onder e, heeft [eisers ] vonnis gevraagd.
3.2.
[eisers ] vordert aldus na wijziging van zijn eis [gedaagden] te veroordelen om aan hem een bedrag van € 2.778,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2023.
3.3.
[gedaagden] concludeert tot afwijzing van deze vordering met veroordeling van [eisers ] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[eisers ] vordert vergoeding van de kosten van [landmetersbureau] en van het Kadaster. Ter zitting heeft [eisers ] aangevoerd dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen omdat het buitengerechtelijke kosten zijn. [gedaagden] betwist dit. Hij voert aan dat de kosten van [landmetersbureau] nodeloos zijn gemaakt. Het Kadaster had namelijk meteen ingeschakeld moeten worden. [gedaagden] heeft de discussie bovendien niet aangezwengeld. De kosten van het Kadaster zijn door de rechtsbijstandsverzekeraar van [eisers ] betaald en komen om die reden niet voor vergoeding in aanmerking.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten van het Kadaster moeten worden afgewezen, alleen al omdat deze kosten niet voor rekening van [eisers ] zijn gekomen maar van zijn rechtsbijstandsverzekeraar, zodat het hier niet om schade van [eisers ] zelf gaat. Dat zou anders zijn als [eisers ] geen gebruik zou hebben gemaakt van zijn rechtsbijstandsverzekering danwel als de polisvoorwaarden slechts voorwaardelijke dekking zouden bieden voor de buitengerechtelijke incassokosten die op de aansprakelijke partij kunnen worden verhaald. [1] Dit is echter niet door [eisers ] gesteld en de rechtbank is daarvan niet gebleken.
4.3.
Ten aanzien van de kosten van [landmetersbureau] overweegt de rechtbank dat op basis van artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen. Deze komen voor vergoeding in aanmerking als de wederpartij nalatig is geweest in de nakoming van haar verplichtingen. In dit geval was sprake van een burengeschil waarbij beide partijen een aandeel hadden in de (onderliggende) conflicten. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [gedaagden] niet aanwezig is geweest toen [landmetersbureau] de erfgrensreconstructie uitvoerde. Ook viel uit de locatie van de paaltjes, met daarop de onder 2.3 genoemde aantekening, zonder nadere toelichting niet op te maken waar de erfgrens zich bevond. Partijen hebben daarop afgesproken [landmetersbureau] de erfgrens aan hen beiden aan te laten wijzen maar dit is uiteindelijk niet gebeurd. Nadat [eisers ] zich tot zijn advocaat heeft gewend, volgde pas in het kader van deze procedure op 18 oktober 2023 een nadere toelichting door [landmetersbureau] aan de advocaat van [eisers ] . Onder die omstandigheden zijn de door [eisers ] gestelde kosten niet als redelijke kosten in de zin van het hiervoor genoemde artikel aan te merken zodat ook deze kosten worden afgewezen.
4.4.
[eisers ] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht € 314,00
- salaris advocaat €
1.016,00(2,0 punt × tarief € 508,00)
totaal € 1.330,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vordering van [eisers ] af,
5.2.
veroordeelt [eisers ] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 1.330,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op
22 november 2023.