ECLI:NL:RBZWB:2023:7870
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd vanwege lichamelijke en psychische klachten die haar belemmeren in het werk. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid 10,32% bedraagt en heeft de uitkering geweigerd. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de beperkingen en de geschiktheid van de functies juist zijn vastgesteld.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen die rekening hielden met de fysieke en psychische klachten van eiseres, waaronder prikkelgevoeligheid en vermoeidheid. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen niet zijn onderschat. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij meer beperkingen zou moeten krijgen, zoals een verdere urenbeperking of beperkingen in het inzicht in eigen kunnen.
De arbeidsdeskundige heeft functies geselecteerd die passen binnen de vastgestelde belastbaarheid, waaronder productiemedewerker industrie, machinaal metaalbewerker en medewerker tuinbouw. De rechtbank vindt deze functies passend en ziet geen reden om de geschiktheid ervan te betwisten. De berekening van het UWV leidt tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de weigering van de WIA-uitkering standhoudt. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks op 3 november 2023 en openbaar gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.