Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.Waar gaat deze zaak over?
2.Hoe is de procedure verlopen?
3.De feiten
(…) In grote lijnen kunnen wij onder voorbehoud goedkeuring directie akkoord gaan. Zekerheidshalve som ik hieronder nog even alle huurvoorwaarden en de laatste openstaande punten op:
De lopende huurverplichting van ALDI blijft doorlopen tot deopeningsdatum van de nieuwe winkel. Op de openingsdag van de nieuwe winkel gelden de verplichtingen uit de nieuwe huurovereenkomst. wijziging;
De aanvangshuurprijs bedraagt € 340.000 per jaar(prijspeil ingangsdatum huurovereenkomst). wijziging;
De inhoud van de huurovereenkomst zalzoveel als mogelijkgelijkluidend zijn aan die van de huidige huurovereenkomst waarbij,in nader overleg tussen partijen,de meest recente versie van de ROZ-bepalingenaangevuld met de bijzondere bepalingen van ALDIvan toepassing zijn. wijziging;
(…) Het is verheugend om te zien dat over een groot aantal aspecten overeenstemming bestaat. Echter, op een aantal essentiële zaken zullen partijen nog overeenstemming moeten bereiken.
De ingangsdatum van de nieuwe huur per opleveringsdatum van de nieuwe casco supermarkt is akkoord;
Voor wat betreft het prijspeil huurprijs per 1 juli 2021 kan ALDI niet instemmen. Het risico, en daarmee het probleem, is dat wanneer de ruimtelijke procedure vertraging oploopt de huurprijs ook verder oploopt. Wij hebben een dergelijk geval meegemaakt waarin de ontwikkeling door onvoorziene omstandigheden pas 5 jaar na dato tot stand kwam met als gevolg een fors toegenomen huurprijs die niet meer in verhouding stond tot de initiële haalbaarheidsberekeningen en marktomstandigheden. Om die reden hanteren wij voor alle projecten een prijspeil oplevering (…)
Ik zal u de bijzondere bepalingen van ALDI op korte termijn toezenden.
Het opnemen van een clausule ‘dringend eigen gebruik’ is nodig gezien de zeer grote investering die ALDI zal moeten doen (…) Met een dergelijk grote investering is het voor ALDI belangrijk dat de huurovereenkomst tussentijds in geen enkele situatie kan worden opgezegd.
(…) Hieronder ga ik uitsluitend nog in de op de resterende discussiepunten:
(…)
(…)
(…)
Het aanbod van Aldi d.d. 25 augustus 2017 (…) ging uit van een huurprijs van € 340.000 per jaar. Indien over de periode van september 2017 tot oktober 2021 een indexering wordt toegepast, dan zou de aanvangshuur al € 373.660 bedragen (zie bijlage).
De huurovereenkomst wordt een bijlage bij de andere overeenkomst, en zal worden ondertekend voorafgaand aan de casco-oplvering van de supermarkt [sic].”
De aanvangshuur bedraag € 375.000 per jaar (prijspeil 1 juli 2021 en te indexeren volgens de cpi reeks alle huishoudens) (…)”.
€[Berekend overeenkomstig artikel 5.4 van de overeenkomst van @@maart 2022, vermeerderd met de in de overeenkomst opgenomen index vanaf 1 juli 2021]. [zegge: @@@@@@@@@......]”.
deze eis” in de e-mails van en namens Aldi van 21 oktober 2021 en 27 januari 2022. Bij e-mail van 8 maart 2022 heeft [gedaagde01] geantwoord dat er geen overeenstemming bestaat over het integraal opnemen van de voorwaarden van Aldi, maar dat waar hij kan instemmen met die voorwaarden, deze zijn opgenomen in de concepthuurovereenkomst.
nadat volledige overeenstemming is bereiktover beide overeenkomsten”en dat de advocaat de opmerkingen van Aldi op de conceptovereenkomst graag tegemoet ziet.
prijspeil datum ondertekening van deze overeenkomst door beide partijen”. In dezelfde zin is artikel 5.2 van de conceptsamenwerkingsovereenkomst, over de huurprijs per parkeerplaats, aangepast en daarbij is namens Aldi opgemerkt: “
Cf. afspraken tussen partijen vindt indexatie pas (jaarlijks) plaats nadat volledige overeenstemming is bereikt en derhalve de overeenkomsten zijn ondertekend.”
Cliënt heeft wel bezwaar tegen de voorgestelde wijziging voor artikel 3.4, voor zover hij daarin als opdrachtgever heeft te gelden. Dat houdt met name verband met het feit dat cliënt om fiscale redenen zo min mogelijk als ondernemer moet optreden
Cliënt is nog steeds bereid om akkoord te gaan met het voorstel dat aan de basis ligt van de conceptovereenkomsten en dat ook door uw cliënt is aanvaard. Dat voorstel was en is een huurovereenkomst met een basishuurprijs van € 375.000 op jaarbasis, met als prijspeil 1 januari 2022.
Cliënt wijst op mijn e-mail van 6 december 2021 (…) waarin dit met zoveel woorden als eindvoorstel is vermeld. Dit voorstel is blijkens de daarop volgende correspondentie ook aanvaard door uw cliënte. Ik verwijs naar de e-mail van u van 27 januari jl. Weliswaar is in een eerdere fase –september/oktober 2021- gesproken over de datum van ondertekening van de intentieovereenkomst als peildatum voor de huurovereenkomst, maar over die voorstellen is geen overeenstemming bereikt. Wel is namens client in de correspondentie duidelijk gemaakt, dat het bereiken van overeenstemming over de huurprijs en het prijspeil hand in hand gaan (…) Vandaar ook dat in de mail van 6 december ook een duidelijk koppeling is gemaakt tussen de huurprijs (…) en de prijspeildatum (…). De gedachte dat het prijspeil van de huur ad € 375.000 zou zijn de datum van ondertekening van de intentieovereenkomst, berust dus op een vergissing.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
het huurprijspeil vast te stellen op de datum van overeenstemming”door [gedaagde01] met zijn e-mail van 6 december 2021 is aanvaard. In die laatste e-mail geeft [gedaagde01] namelijk aan dat partijen alleen nog verdeeld zijn over de huurprijs. Aldi stelt dat zij bereid was om [gedaagde01] tegemoet te komen op dit punt als [gedaagde01] het idee zou loslaten dat bovenop de nieuwbouw een extra bouwlaag voor [gedaagde01] zou worden gerealiseerd. Bij de mondelinge behandeling heeft Aldi toegelicht dat deze tegemoetkoming betekende dat zij de ingangsdatum van de huurovereenkomst als prijspeildatum losliet. De prijspeildatum zou in plaats daarvan worden ‘vastgeklikt’ op de datum van ondertekening van de huurovereenkomst. Dat zou erop neerkomen dat de prijspeildatum twee weken naar voren werd gehaald. Dat is in lijn met Aldi’s vordering tot ondertekening van de huurovereenkomst twee weken voor de ingangsdatum van de huurovereenkomst (zijnde de casco-oplevering). Ten bewijze van wilsovereenstemming op dit punt wijst Aldi op de e-mail van 27 mei 2022 waarin [gedaagde01] deze afspraak bevestigt. Voor partijen was het altijd duidelijk dat de huurovereenkomst op een later moment zou worden ondertekend en ook in het licht van de afspraken over het bruto aanvangsrendement is de afspraak aannemelijk, aldus Aldi. Die laatste afspraken hebben tot doel [gedaagde01] te compenseren voor kostenstijgingen tijdens het bouwproces.
de datum van overeenstemming”. Volgens [gedaagde01] moet “
de datum van overeenstemming” worden begrepen in het licht van zijn e-mail van 10 november 2021, waaruit volgt dat dit de datum van ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst zou zijn. Ten minste vanaf die datum zou de huurprijs worden geïndexeerd.
dat het huurprijspeil wordt vastgesteld op de datum van het bereiken van overeenstemming over de nieuwbouw en de nieuwe huurovereenkomst”.Hiermee refereerde [gedaagde01] naar het oordeel van de rechtbank aan het bereiken van overeenstemming over het geheel aan afspraken over de nieuwbouw en de huur daarvan, hetgeen niet hetzelfde is als de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst. [gedaagde01] maakte hiermee naar het oordeel van de rechtbank kenbaar – wat ook voor Aldi duidelijk moest zijn – dat [gedaagde01] wel van de prijspeildatum van 1 juli 2021 wilde afstappen, maar niet dat hij in plaats daarvan instemde met de datum van ondertekening van de huurovereenkomst als prijspeildatum. Dat Aldi, naar zij in de procedure stelt, bij haar e-mail van 25 november 2021 [gedaagde01] wel zo had begrepen, was gelet op het voorgaande niet gerechtvaardigd.
de datum van overeenstemming”de datum van ondertekening van de huurovereenkomst op het oog had. Deze ondertekeningsdatum zou immers twee weken vóór de oplevering van de casco-nieuwbouw komen te liggen en daarmee twee weken vóór de ingangsdatum van de huurovereenkomst, welk moment Aldi aanvankelijk voor ogen had als prijspeildatum. Deze concessie van Aldi om de prijspeildatum twee weken naar voren te halen, bestempelt de rechtbank als betekenisloos. Temeer wanneer deze wordt afgezet tegen de concessie die [gedaagde01] van Aldi daartegenover moest stellen: het afzien van de bouw van appartementen bovenop de nieuw te bouwen supermarkt. Voor beide partijen was de extra verdieping op de nieuw te bouwen supermarkt een belangrijk punt. Door [gedaagde01] werd dit zelfs een ‘dealbreaker’ genoemd en voor Aldi was dit, blijkens haar e-mail van 21 oktober 2021, niet anders. Vervolgens deed [gedaagde01] genoemde concessie. Dat Aldi daarvoor in de onderhandelingen slechts twee weken huurprijsindexatie hoefde prijs te geven, is in het licht daarvan niet logisch.
€ 375.000,00 per jaar heeft genoemd, met daaraan gekoppeld een prijspeildatum van 1 januari 2022. Nog los van het feit dat dit voorstel van [gedaagde01] mede op het punt van de prijspeildatum kan worden gezien als een nieuw aanbod (als bedoeld in artikel 6:225 lid 1 BW Pro), mocht Aldi ook op basis hiervan er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat [gedaagde01] instemde met een prijspeildatum gelijk aan de datum van ondertekening van de huurovereenkomst.
dat is afgesproken dat de jaarlijkse indexering pas zal plaatsvinden na het bereiken van volledige overeenstemming.”In zijn reactie op de huurprijsbepaling in artikel 4 van Pro de te sluiten huurovereenkomst leest de rechtbank namelijk dat [gedaagde01] niet akkoord is met de ondertekeningsdatum van de samenwerkingsovereenkomst én de huurovereenkomst als prijspeildatum. Volgens [gedaagde01] wordt de huurovereenkomst pas laat getekend en is de prijspeildatum
“de in artikel 5.4 van de Intentieovereenkomst [rb.: samenwerkingsovereenkomst] opgenomen index, te berekenen vanaf de datum van ondertekening van de Inentieovereenkomst [sic].”Hoewel de uitlatingen namens [gedaagde01] niet stroken met een prijspeildatum van 1 januari 2022, strookt de door Aldi opgenomen prijspeildatum (ondertekeningsdatum intentieovereenkomst en huurovereenkomst) niet met haar standpunt in de procedure dat de prijspeildatum ligt op de datum van ondertekening van (alleen) de huurovereenkomst.
dringend eigen gebruik” in de huurovereenkomst op te nemen. Hiermee is [gedaagde01] akkoord gegaan dat een beroep op dringend eigen gebruik door hem contractueel is uitgesloten.
een clausule ‘dringend eigen gebruik’”heeft voorgesteld, die luidde: “
Verhuurder zal de huurovereenkomst niet opzeggen op grond dat hij het gehuurde (al dan niet) persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen.” Daarop heeft [gedaagde01] aangegeven de achtergrond van deze wens te willen vernemen, voordat hij zal beoordelen of de toevoeging akkoord is. In haar e-mail van 1 september 2021 heeft Aldi vervolgens toegelicht waarom zij “
een clausule ‘dringend eigen gebruik’” nodig vindt, waarop [gedaagde01] heeft aangeven (op voorwaarde dat over alle resterende punten overeenstemming zou zijn bereikt) bereid te zijn “
een clausule “dringend eigen gebruik” in de huurovereenkomst op te nemen”. Uit dit antwoord van [gedaagde01] , in het licht van de daarvoor gevoerde correspondentie tussen partijen op dit punt, mocht Aldi afleiden dat [gedaagde01] instemde met de door haar geformuleerde clausule.
Het antwoord op de vraag of ten aanzien van een overeenkomst, bij de totstandkoming waarvan een aantal onderling samenhangende verbintenissen moet worden geregeld, overeenstemming omtrent een of meer onderdelen een overeenkomst doet ontstaan zolang omtrent andere onderdelen nog geen overeenstemming bestaat, is afhankelijk van de bedoeling van partijen zoals deze op grond van de betekenis van hetgeen wel en niet geregeld is, van het al dan niet bestaan van het voornemen tot verder onderhandelen en van de verdere omstandigheden van het geval moet worden aangenomen.”