Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
ING BANK N.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 173,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser sloot in 2007 een hypothecaire geldlening bij ING, die later werd gewijzigd met een rentemiddeling en vervroegde aflossing. Eiser stelde dat de voorwaarden voor de rentemiddelingsvergoeding en de vergoeding wegens vervroegde aflossing nietig of ongeldig zijn omdat deze mede gederfde winst omvatten, wat in strijd zou zijn met de Hypothekenrichtlijn, het BW en het Bgfo.
De rechtbank oordeelt dat de Hypothekenrichtlijn niet van toepassing is op de overeenkomst uit 2007, ook niet na de wijziging in 2016, omdat er geen nieuwe kredietovereenkomst is gesloten. De voorwaarden zijn niet onredelijk bezwarend of oneerlijk; het Nederlandse schadevergoedingsrecht staat vergoeding van gederfde winst toe. De gebruikte berekeningsmethode (NCW-methode) is gangbaar en transparant genoeg.
Eisers beroep op bestuursrechtelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie faalt. De 3%-regeling voor vervroegde aflossing is niet van toepassing omdat er geen verkoop van het onderpand heeft plaatsgevonden. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.