Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het standpunt van de officier van justitie
3.Het standpunt van de verdediging
4.Het oordeel van de rechtbank
5.De wettelijke voorschriften
6.De beslissing
€560.861,13;
1080 dagen;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van softdrugs en eenvoudig witwassen, zonder strafoplegging. De officier van justitie vorderde ontneming van €560.861,13, gebaseerd op het volledige bedrag van de aangetroffen gelden die afkomstig zouden zijn uit de gedoogde verkoop van softdrugs.
De verdediging voerde aan dat de zaak niet vergelijkbaar is met het Black Widow-arrest en verzocht afwijzing van de vordering of een rechterlijk pardon. Subsidiair werd matiging van de vordering gevraagd tot 6,36% van het voordeel.
De rechtbank sloot aan bij het bewijs en oordeelde dat al het voordeel uit de handel in softdrugs als wederrechtelijk verkregen geldt. Gezien het spanningsveld rond de achterdeurproblematiek en het gedoogbeleid matigde de rechtbank het ontnemingsbedrag met 50%, waardoor de betaling werd vastgesteld op €280.430,56. De rest van de vordering werd afgewezen.
Uitkomst: Ontneming van €280.430,56 wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit overschrijding gedoogbeleid coffeeshop.