ECLI:NL:RBZWB:2023:7433
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM na schadecorrectie en kilometerstanddiscussie
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.143, opgelegd door de inspecteur naar aanleiding van de registratie van een Mercedes-Benz GLE-klasse. De rechtbank beoordeelt of de aanslag terecht is opgelegd, waarbij de historische nieuwprijs, schadecorrectie en het ontbreken van een RDW-oordeel over de kilometerstand centraal staan.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende de historische nieuwprijs niet aannemelijk heeft gemaakt omdat de gehanteerde combinatie van koerslijsten niet wordt geaccepteerd. De schadeaftrek is door de inspecteur vastgesteld op 72% van de herstelkosten volgens het taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken, wat de rechtbank voldoende onderbouwd acht. Belanghebbende slaagt er niet in om een hogere waardevermindering aannemelijk te maken.
Daarnaast is het ontbreken van een RDW-oordeel over de kilometerstand onvoldoende onderbouwd als waardedrukkende factor. De rechtbank wijst het beroep op artikel 110 VWEU Pro af omdat niet is aangetoond dat er sprake is van ongelijke behandeling van gelijksoortige voertuigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard.