Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had in 2019 niet-geïntegreerde zonnepanelen aangeschaft en geplaatst op zijn woning en een bijgebouw. Voorafgaand aan de plaatsing werden het dak van de woning gerenoveerd en een nieuw dak op het bijgebouw gerealiseerd. Belanghebbende vroeg een teruggaaf van omzetbelasting aan, die door de inspecteur deels werd toegekend maar een aanvullende teruggaaf werd afgewezen.
De rechtbank beoordeelde of de inspecteur het juiste bedrag had vastgesteld. Volgens de wet is aftrek van voorbelasting alleen mogelijk indien een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten en de belaste activiteit. Belanghebbende stelde dat de renovatiekosten direct dienstbaar waren aan de exploitatie van de zonnepanelen en dus in aftrek kwamen.
De inspecteur stelde dat het verband ontbrak omdat de renovatie hoofdzakelijk diende voor de woonfunctie en niet uitsluitend voor de belaste levering van stroom. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de renovatiekosten uitsluitend voor de zonnepanelen waren gemaakt. De kosten waren onderdeel van een volledige renovatie en realisatie van het bijgebouw, die ook zonder zonnepanelen zouden zijn gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat het vereiste rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbrak en wees het beroep af. Ook het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De teruggaafbeschikking bleef daarmee ongewijzigd en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van een aanvullende teruggaaf omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.