ECLI:NL:RBZWB:2023:6312
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen WOZ-waarde afgewezen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een pand en stelde beroep in nadat het bezwaar gedeeltelijk werd toegewezen. Tijdens de beroepsprocedure werd een compromis bereikt, waarna belanghebbende het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hoewel de heffingsambtenaar aan het beroep tegemoet was gekomen, oordeelde de rechtbank dat er geen aanleiding was tot proceskostenvergoeding omdat belanghebbende geen beroepsmatige rechtsbijstand verleende en er geen vergoeding van tijdverzuim of andere proceskosten was gebleken.
De rechtbank wees erop dat het griffierecht van €50,- door de heffingsambtenaar moet worden vergoed. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht van €50,- moet worden vergoed door de heffingsambtenaar.