ECLI:NL:RBZWB:2023:6185
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en trok dit beroep in nadat de heffingsambtenaar het besluit had ingetrokken. De rechtbank beoordeelt het verzoek van belanghebbende om veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar geheel aan belanghebbende is tegemoetgekomen door het besluit te vernietigen. Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en legt de vergoeding vast op € 714,50, bestaande uit vergoeding voor proceshandelingen in bezwaar en beroep, met toepassing van een wegingsfactor vanwege het lichte gewicht van de zaak.
Daarnaast wordt de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden en is er recht op wettelijke rente indien de betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 september 2023.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van € 714,50 aan proceskosten en het griffierecht van € 50,- aan belanghebbende.