ECLI:NL:RBZWB:2023:6180
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen de afwijzing van een kostenvergoeding bij bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Na intrekking van het beroep heeft de heffingsambtenaar alsnog toegezegd een kostenvergoeding te verlenen voor de bezwaarfase.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenveroordeling van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat de heffingsambtenaar geheel aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Daarom is de heffingsambtenaar veroordeeld tot betaling van proceskosten.
De vergoeding is berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de bezwaarfase een factor 0,50 en voor de beroepsfase een factor 0,25 is toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast is het griffierecht van € 50,- aan belanghebbende toegekend, met wettelijke rente indien niet tijdig betaald.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 13 september 2023 en is zonder zitting gewezen. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van € 357,25 aan proceskosten aan belanghebbende.