ECLI:NL:RBZWB:2023:6176
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is en doet uitspraak zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de vraag of de beroepstermijn correct is berekend en of het juiste tarief voor de kostenvergoeding is toegepast. Belanghebbende stelde dat de uitspraak op bezwaar pas later, in januari 2023, bekend is gemaakt waardoor een ander tarief zou moeten gelden. De rechtbank gaat echter uit van de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, 28 november 2022, en stelt vast dat bekendmaking geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar terecht het tarief van 2022 heeft gehanteerd en dat er geen aanwijzingen zijn dat het besluit niet in 2022 tot stand is gekomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase wordt ongegrond verklaard en het tarief van 2022 is correct toegepast.