ECLI:NL:RBZWB:2023:6174
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is en doet uitspraak zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de vraag of het tarief voor de kostenvergoeding correct is toegepast, aangezien belanghebbende stelt dat de uitspraak op bezwaar pas later, in januari 2023, bekend is gemaakt, waardoor een ander tarief zou moeten gelden. De rechtbank gaat echter uit van de datum van totstandkoming van het besluit in 2022, omdat bekendmaking geen voorwaarde is voor het besluit zelf.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar terecht het tarief van 2022 heeft gehanteerd en dat de latere bekendmaking in 2023 geen aanleiding geeft tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt kennelijk ongegrond verklaard.