ECLI:NL:RBZWB:2023:6171
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding parkeerbelasting na bezwaar ongegrond verklaard
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De kern van het geschil betrof de vraag of het juiste tarief voor de kostenvergoeding was toegepast, omdat de uitspraak op bezwaar pas in januari 2023 bekend werd gemaakt, terwijl deze was gedateerd op 28 november 2022.
De rechtbank oordeelde dat de beroepstermijn op grond van de datum van de uitspraak op bezwaar begon te lopen, maar dat de termijn pas startte na de feitelijke verzending van het besluit. Gelet op het ontbreken van bewijs dat de uitspraak eerder was bekendgemaakt, werd aangenomen dat de termijn correct was gehanteerd en het beroep tijdig was ingediend.
De rechtbank stelde vast dat bekendmaking van het besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming ervan en dat het tarief uit 2022 terecht was toegepast. De stelling van belanghebbende dat door latere bekendmaking een onjuist tarief was gehanteerd, werd verworpen. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.