ECLI:NL:RBZWB:2023:6168
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend, omdat de uitspraak op bezwaar feitelijk pas later bekend is gemaakt dan de datum op het besluit.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding. Belanghebbende betoogt dat door de latere bekendmaking een onjuist tarief is gehanteerd. De rechtbank stelt echter dat bekendmaking geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit en dat het besluit in 2022 is genomen, zodat het toen geldende tarief terecht is toegepast.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad die bevestigt dat de datum van bekendmaking niet bepalend is voor het toepasselijke tarief. Gelet hierop is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.