Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2013,
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2015,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor de verhuizing van haar minderjarige kinderen naar een andere plaats en hun inschrijving op een nieuwe basisschool. De vader, met wie zij gezamenlijk het gezag over de kinderen heeft, weigerde toestemming te verlenen. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
De moeder wilde verhuizen naar de woonplaats van haar nieuwe partner, mede vanwege een wens om met hem te trouwen en een ruimere woning te betrekken. Zij stelde dat de huidige woning te klein was en dat zij financieel niet in staat was een woning in de huidige woonplaats te kopen. De vader betwistte de noodzaak van de verhuizing en stelde dat de kinderen geworteld zijn in hun huidige woonplaats, waar zij een stabiele school, familie en sociale omgeving hebben.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens negatief, stellende dat de verhuizing een grote impact zou hebben op het contact tussen vader en kinderen en op de sociale en schoolomgeving van de kinderen. De rechtbank oordeelde dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat er een noodzaak bestaat voor verhuizing en dat de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan de persoonlijke wensen van de moeder. De verzoeken tot vervangende toestemming voor verhuizing en schoolinschrijving werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing en schoolinschrijving van de kinderen wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzaak en belang van de kinderen.