ECLI:NL:RBZWB:2023:5599
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering teruggaaf invoer-btw springpaard en vergoeding immateriële schade
Belanghebbende, een in Qatar gevestigde paardensportbond, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de invoer van een springpaard in Nederland. De inspecteur weigerde deze teruggaaf omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat de invoer-btw verband hield met belaste activiteiten. De rechtbank bevestigt deze weigering.
Belanghebbende voerde aan dat het paard werd gebruikt voor economische activiteiten in Qatar, waaronder wedstrijden en trainingen, en dat dit recht gaf op aftrek van invoer-btw. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende concrete onderbouwing leverde van haar economische activiteiten en het verband met de btw-belaste handelingen, waardoor de aftrek terecht werd geweigerd.
Daarnaast stelde belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep. De rechtbank constateert een overschrijding van 10 maanden en kent een vergoeding van €1.000 toe, waarvan €200 voor rekening van de inspecteur en €800 voor de Minister van Justitie en Veiligheid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de weigering van teruggaaf, en veroordeelt de inspecteur en de Minister tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten. Tevens wordt de helft van de griffierechten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van teruggaaf invoer-btw bevestigd, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van €1.000.