ECLI:NL:RBZWB:2023:5480
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd na uitval wegens rug- en andere klachten. Het UWV heeft deze geweigerd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens hun medische beoordeling 26,58% bedraagt, onder de vereiste 35%.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek van het UWV beoordeeld, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige. Hoewel eiser diverse klachten en aandoeningen aanvoert, zijn deze niet volledig medisch geobjectiveerd op de datum in geding. De rechtbank acht het onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding voor aanvullend deskundigenonderzoek.
De arbeidsdeskundige heeft geschikte functies vastgesteld die eiser kan verrichten, rekening houdend met zijn beperkingen. De rechtbank volgt deze beoordeling en concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld.
Daarom is het beroep ongegrond en wordt de weigering van de WIA-uitkering bevestigd. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.