Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , te [plaats 1] , belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, heffingsambtenaar,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding wegens immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 25;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding wegens immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 25;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 209,25 proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Minister tot betaling van € 209,25 proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 24,50 aan belanghebbende vergoedt;
- bepaalt dat de Minister het griffierecht van € 24,50 aan belanghebbende vergoedt.