ECLI:NL:RBZWB:2023:5107
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting en boete voor vrijgestelde geldleningactiviteiten
Belanghebbende, opgericht in 2016 met als enige activiteit het verstrekken van een rentedragende lening, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2017-2019, inclusief een boete en belastingrente. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond waarna belanghebbende beroep instelde.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende louter vrijgestelde activiteiten verrichtte op grond van artikel 11 lid 1 onderdeel Pro j Wet OB, waardoor zij geen recht had op aftrek van voorbelasting. Het controlerapport van de inspecteur gaf geen rechtmatig vertrouwen op aftrek. De boete werd passend geacht omdat belanghebbende zich had moeten informeren over haar fiscale positie.
De redelijke termijn werd overschreden, maar gezien de boetehoogte was de schending van artikel 6 EVRM Pro voldoende gecompenseerd. De belastingrente was correct vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag, boete en belastingrente wordt ongegrond verklaard.