ECLI:NL:RBZWB:2023:5027
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op algemene heffingskorting en ouderenkorting voor inwoner Zwitserland in loonbelasting
Belanghebbende, woonachtig in Zwitserland, maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting over zijn pensioen- en AOW-uitkeringen in 2021, waarbij de algemene heffingskorting en ouderenkorting niet werden toegepast. De inspecteur verklaarde dit bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
De rechtbank stelde vast dat per 1 januari 2021 het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland is gewijzigd, waardoor Nederland het heffingsrecht tot maximaal 15% heeft over genoemde uitkeringen. Omdat belanghebbende niet premieplichtig is in Nederland, heeft hij geen recht op het premiedeel van de heffingskortingen. Het belastingdeel kan wel via de inkomstenbelasting worden geclaimd indien hij kwalificerend buitenlands belastingplichtige is.
Belanghebbende voerde aan dat de weigering tot toepassing van deze kortingen in de loonbelasting discriminerend is en strijdig met Unierecht en het verdrag met Zwitserland. De rechtbank verwierp dit, stellende dat de wetgever een gegronde reden heeft en dat het mogelijk is de kortingen via de inkomstenbelasting alsnog te verkrijgen.
Daarnaast wees de rechtbank een verzoek tot behandeling van een beroep namens de echtgenote van belanghebbende af wegens het ontbreken van een ingebrekestelling. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, zonder teruggaaf van loonbelasting of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen recht op de algemene heffingskorting en ouderenkorting in de loonbelasting.