ECLI:NL:RBZWB:2023:4573
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning in Tilburg waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op € 546.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of de vastgestelde waarde te hoog is.
De rechtbank hanteert de vergelijkingsmethode waarbij de waarde wordt bepaald aan de hand van verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rondom de waardepeildatum. De heffingsambtenaar heeft een onderbouwde matrix met verkoopgegevens en foto’s overgelegd. Belanghebbende betwist onder meer de gehanteerde indexering, het voorzieningenniveau, de onderhoudstoestand en de ligging van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling en dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende onderbouwd zijn om de waarde te verlagen. De woning is gemiddeld afgewerkt en vergelijkbaar met de referentieobjecten. De ligging is adequaat beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep met ongeveer vier maanden is overschreden. Belanghebbende krijgt daarom een immateriële schadevergoeding van € 50 en een proceskostenvergoeding van € 418,50, te betalen door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het griffierecht wordt eveneens vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 546.000 gehandhaafd.