ECLI:NL:RBZWB:2023:4234
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en aanslag IB/PVV met betrekking tot dubbele belastingheffing voor 2017 en 2018
Belanghebbende, woonachtig in België, maakte bezwaar tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2017 en aanslag 2018. De discussie betrof de vraag of belanghebbende recht had op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, omdat hij werkzaamheden verrichtte voor een universiteit (publiekrechtelijk) en een bedrijf (privaatrechtelijk).
De rechtbank oordeelde dat het heffingsrecht over het loon van de universiteit volledig aan Nederland toekomt op grond van artikel 19 van Pro het belastingverdrag met België. Voor het loon van het bedrijf geldt artikel 15 van Pro het verdrag, waarbij België als woonstaat heffingsbevoegd is tenzij de werkzaamheden in Nederland worden verricht. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij werkzaamheden in België had verricht, ondanks een bewijsaanbod.
De rechtbank verklaarde de beroepen ontvankelijk, ondanks het overschrijden van de beroepstermijn, en wees de beroepen ongegrond. De navorderingsaanslag 2017, aanslag 2018 en belastingrentebeschikkingen blijven in stand. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslag 2017, aanslag 2018 en belastingrentebeschikkingen worden ongegrond verklaard.