ECLI:NL:RBZWB:2023:3936
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 18 oktober 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over de jaren 2014, 2015 en 2016. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, inclusief verlenging, op 10 maart 2023 was verstreken en dat eiseres de ingebrekestelling op 14 maart 2023 heeft gedaan, waarna de Belastingdienst deze op 20 maart 2023 ontving.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak moet beslissen. Verweerder heeft echter verzocht om een langere termijn vanwege het grote aantal bezwaren en de noodzaak van een uniforme behandeling. De rechtbank acht een termijn van zeven weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek om een langere termijn af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres, waarbij de zaak als licht wordt aangemerkt en de proceskosten worden vastgesteld op € 418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen zeven weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.