Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:3650

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
26 mei 2023
Zaaknummer
BRE-21-3899
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:74 AwbArt. 1 Bpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WOZ-waarde en heffingsaanslagen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de Gemeente Terneuzen over de vastgestelde WOZ-waarde van een pand en de daarbij behorende aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing. De heffingsambtenaar had het bezwaar eerder niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

De heffingsambtenaar erkent echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep. De rechtbank volgt dit standpunt en verklaart het beroep gegrond. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een inhoudelijke behandeling.

Verder bepaalt de rechtbank dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht dient te vergoeden. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling omdat het beroepschrift niet door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener is ingediend en er geen andere proceskosten zijn gebleken.

De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen en griffier Plasman op 26 mei 2023 en openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/3899

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

De heffingsambtenaar van de Gemeente Terneuzen (SaBeWa), de heffingsambtenaar.

Inleiding

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 augustus 2021 tegen de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres 1] te ( [adres 1] ) [plaats] met aanslagnummer [aanslagnummer] alsmede de gelijktijdig opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.
De heffingsambtenaar heeft bij brief van 17 november 2022 medegedeeld dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. De heffingsambtenaar acht gelet op de feitelijke situatie de termijnoverschrijding verschoonbaar en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en verzoekt om de zaak terug te verwijzen voor een inhoudelijke behandeling.
Het beroep is kennelijk gegrond. De rechtbank zal de zaak terugwijzen.
Griffierecht
Nu het beroep kennelijk gegrond is, dient de heffingsambtenaar op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb, aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.
Proceskosten
De heffingsambtenaar is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Bpb.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op nieuwe uitspraken op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaald griffierecht van € 49 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 26 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.