ECLI:NL:RBZWB:2023:3398
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 30 september 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 21 november 2022. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
Verweerder heeft verzocht om een langere beslistermijn tot 1 juli 2024, verwijzend naar de noodzaak van een uniforme lijn en zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk, mede vanwege het grote aantal aanvragen en reeds verstreken tijd sinds het verweerschrift.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. De rechtbank wijst een proceskostenvergoeding toe van €418,50 op basis van de lichtheid van het geschil en de inzet van een gemachtigde.
Uitkomst: Verweerder moet binnen tien weken alsnog beslissen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.