ECLI:NL:RBZWB:2023:3344
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met diverse voorzieningen en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €511.000 per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar baseert de waardebepaling op een taxatierapport waarin vergelijkingsobjecten worden gebruikt die qua bouwjaar en verkoopdatum vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende heeft onderbouwd dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door een gedetailleerde gegevensmatrix en onderbouwing van grondwaardes met grondstaffels.
Belanghebbende stelt dat de uitspraak op bezwaar ondeugdelijk is gemotiveerd, maar de rechtbank vindt dat de heffingsambtenaar adequaat op de bezwaargronden is ingegaan, zodat het motiveringsbeginsel niet is geschonden. Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep met drie maanden is overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €50 per half jaar overschrijding, wat resulteert in een vergoeding van €50, waarvan €16,67 voor rekening van de heffingsambtenaar en €33,33 voor de Staat.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de WOZ-waarde en aanslag OZB, en veroordeelt de heffingsambtenaar en de Staat tot betaling van de immateriële schadevergoeding en proceskosten. Tevens worden de griffierechten verdeeld en vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 21 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een beperkte immateriële schadevergoeding wordt toegekend wegens termijnoverschrijding.