ECLI:NL:RBZWB:2023:3328
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgevingsvergunning voor tuinhuis in strijd met bestemmingsplan en beleidsregels
Eiser verzocht om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een tuinhuis in de voortuin van zijn perceel, welke door het college werd afgewezen omdat het bouwwerk in strijd was met het bestemmingsplan Warande 2014 en de beleidsregels 'planologische kruimelgevallen'. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te weigeren omdat het plan niet voldeed aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en dat het college een deugdelijke belangenafweging had gemaakt.
Het tuinhuis voldeed niet aan de voorwaarde dat het minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw moest worden gebouwd. Het college baseerde zich op een negatief stedenbouwkundig advies en vreesde ongewenste precedentwerking, hetgeen door de rechtbank werd onderschreven. De landschappelijke waarde van het perceel werd door het college meegewogen, ondanks dat deze deels was aangetast.
Eiser voerde aan dat het college onvoldoende maatwerk had toegepast en dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, onder meer met een beroep op de hardheidsclausule en artikel 4:84 Awb Pro. De rechtbank verwierp deze stellingen en stelde dat het college terecht geen bijzondere omstandigheden had vastgesteld die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en dat het college in redelijkheid het weigeren van de vergunning kon motiveren met het oog op de ruimtelijke ordening, belangen van omwonenden en mogelijke precedentwerking. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de omgevingsvergunning voor het tuinhuis wordt ongegrond verklaard.