Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.481,
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.019,
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 418,50;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 418,50;
- gelast dat de inspecteur de helft van door belanghebbende betaalde griffierechten aan hem vergoedt, zijnde een bedrag € 48,50;
- gelast dat de minister de helft van door belanghebbende betaalde griffierechten aan hem vergoedt, zijnde een bedrag € 48,50.