ECLI:NL:RBZWB:2023:2659
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid na medische beoordeling
Eiser ontving een Ziektewet-uitkering vanwege psychische en lichamelijke klachten, waaronder een coronabesmetting. Na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb) in juni 2020 werd vastgesteld dat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met bepaalde functies, waarna zijn uitkering werd beëindigd. Na een nieuwe ziekmelding in oktober 2021 werd de uitkering opnieuw toegekend, maar het UWV beëindigde deze per 3 maart 2022 op grond van een medische beoordeling.
De rechtbank toetste het besluit aan de hand van medische rapporten van een arts, een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). Deze concludeerden dat eiser geschikt was voor de geduide functies ondanks zijn aandoeningen, waaronder autisme spectrumstoornis, depressie en klachten na covid. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, ook al ontbrak aanvullende informatie van behandelend artsen.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn klachten, waaronder spanningsklachten door sociale problematiek en coronagerelateerde klachten, onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, mede gelet op het nieuwe beoordelingskader van de Centrale Raad van Beroep dat eerst moet worden vastgesteld of er sprake is van toegenomen beperkingen sinds de eerdere beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat de beperkingen niet waren toegenomen en dat eiser op de datum in geding geschikt was voor arbeid. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, werd de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd en werden verzoeken tot proceskostenvergoeding en schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 3 maart 2022 bevestigd.