ECLI:NL:RBZWB:2023:1959
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Breda. Na een toezegging van de heffingsambtenaar om alsnog tegemoet te komen aan belanghebbende, trok deze het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek, maar deze heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming proceskosten toewijzen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar inderdaad aan het beroep is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten worden vastgesteld op € 566,50, gebaseerd op de punten voor het indienen van bezwaar en beroep volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en openbaar gemaakt op 24 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van € 566,50 na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.