ECLI:NL:RBZWB:2023:1950
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na bedrijfsongeval
Eiseres maakte bezwaar tegen een loonsanctie die het UWV haar oplegde vanwege het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen voor een werknemer die na een bedrijfsongeval langdurig ziek was. De werknemer had zich ziek gemeld na het inslikken van een chemische stof en was beperkt inzetbaar volgens de bedrijfsarts.
De rechtbank beoordeelde of de loonsanctie terecht was opgelegd, waarbij het UWV stelde dat de wachttijd van 104 weken door een samengestelde ziekteperiode later eindigde dan eiseres aannam. De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat de medische onderbouwing voor de urenbeperking onvoldoende was en dat de sociaal medische begeleiding inadequaat was, mede door het niet inzetten van mediation en multidisciplinaire trajecten.
Eiseres voerde aan dat de bedrijfsarts adequaat had gehandeld en dat de urenbeperking gerechtvaardigd was, maar de rechtbank volgde dit niet. De rechtbank oordeelde dat de loonsanctie terecht is opgelegd omdat re-integratiekansen gemist zijn door onvoldoende begeleiding en onvoldoende onderbouwing van de beperkingen van de werknemer.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en zij kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Snoeks op 23 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie is ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft in stand.