ECLI:NL:RBZWB:2023:1553
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek scholingsuitgaven buitenlandse student en hoorrecht bezwaar
Belanghebbende, een buitenlandse student uit India, betwistte de afwijzing van zijn aftrek van scholingskosten in de inkomstenbelasting 2016 door de inspecteur. Hij had in juni 2016 collegegeld betaald voordat hij in Nederland was ingeschreven. Belanghebbende stelde dat dit bedrag een depotstorting was, bedoeld om een visum te verkrijgen, en dus niet als betaling van scholingskosten mocht worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht in bezwaar door de inspecteur was geschonden omdat belanghebbende niet werd gehoord, maar dat dit geen nadelige gevolgen had omdat er geen feitengeschil bestond, alleen een juridisch geschil. Vervolgens beoordeelde de rechtbank dat de betaling van het collegegeld wel degelijk een schuldaflossing betrof en geen depotstorting, omdat de betaling een voorwaarde was voor inschrijving en het verkrijgen van een verblijfsvergunning.
Daarmee was de betaling niet aftrekbaar als scholingskosten, mede omdat belanghebbende nog geen binnenlandse belastingplichtige was ten tijde van de betaling. Ook het non-discriminatieartikel uit het belastingverdrag met India bood geen grond voor aftrek. Het beroep werd ongegrond verklaard en geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van scholingskosten wordt afgewezen.