Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
- restwaarde van de ruwbouw;
- levensduur en eventuele verlenging daarvan van de afbouw en de installaties
- grondwaarde ad € 38.380;
- initiële levensduur 20 jaar afbouw en installaties (al verstreken);
- initiële levensduur 55 jaar ruwbouw (nog niet verstreken).
4.Conclusie en gevolgen
5.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak tot een bedrag van € 369.000 en vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van immateriële schade tot een
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.074;
- gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het door haar betaalde griffierecht vergoedt, zijnde € 354.