Eiser heeft in 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd die toen is afgewezen omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht op zijn 18e jaar. In 2019 vroeg eiser het UWV om terug te komen op dat besluit, wat werd geweigerd. De rechtbank beoordeelde of het UWV dit terecht deed.
De rechtbank constateert dat het UWV aanvankelijk de medische informatie van eiser niet aan een verzekeringsarts heeft voorgelegd, wat een onderzoeks- en motiveringsgebrek oplevert. Na alsnog overlegging rapporteerde de verzekeringsarts dat er weliswaar nieuwe medische gegevens zijn, maar dat deze geen aanleiding geven tot een andere beoordeling van de beperkingen op het moment van 18 jaar.
De rechtbank oordeelt dat de diagnose autisme spectrum stoornis (ASS) die later werd gesteld, niet betekent dat eiser destijds meer beperkingen had dan vastgesteld. De beperkingen per datum van 18 jaar zijn bepalend, niet de diagnose die later werd gesteld. Daarom is het besluit om niet terug te komen op de afwijzing van 2009 inhoudelijk juist.
Desondanks vernietigt de rechtbank het bestreden besluit vanwege het onderzoeks- en motiveringsgebrek, laat de rechtsgevolgen in stand, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.