ECLI:NL:RBZWB:2022:7961
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 31 maart 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een eenmalige verlenging van zes maanden, besloten. De uiterste beslistermijn was 31 maart 2022.
Eiseres stelde verweerder in gebreke na ontvangst van een brief van verweerder waarin werd aangegeven dat niet tijdig zou worden beslist. Hoewel de ingebrekestelling technisch gezien te vroeg was, acht de rechtbank het beroep ontvankelijk vanwege de omstandigheden en de communicatie van verweerder.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen elf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder moet het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van €379,50 aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.