ECLI:NL:RBZWB:2022:7581
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid en correcte dagloonvaststelling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarbij hem een WIA-uitkering is toegekend in de vorm van een loongerelateerde werkhervattingsuitkering (WGA) met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Eiser vordert een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en een hoger dagloon. De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2022 behandeld.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV concludeert dat eiser volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. Er zijn nog behandelmogelijkheden, zoals EMDR-therapie, die verbetering kunnen brengen. Eiser stelt dat de behandeling geen effect heeft gehad en dat hij al 12 jaar ernstige psychische klachten heeft, maar onderbouwt dit niet met medische informatie. De rechtbank volgt de verzekeringsartsen en oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.
Daarnaast is in geschil of het dagloon juist is vastgesteld. Eiser betwist dat zijn WW-uitkering niet is meegenomen in het WIA-maandloon en vindt de berekening onredelijk. De rechtbank oordeelt dat het UWV het dagloon correct heeft berekend volgens het Dagloonbesluit en vaste rechtspraak, omdat de WW-uitkering buiten de referteperiode valt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en het dagloon correct is vastgesteld.