ECLI:NL:RBZWB:2022:7560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing schorsing rijbewijs na rijden onder invloed
Eiser werd op 7 november 2021 aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 845 µg/l, waarna zijn rijbewijs werd ingevorderd. Na een klaagschrift werd het rijbewijs teruggegeven vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden. Vier maanden later legde het CBR op grond van wettelijke regels een onderzoek naar rijgeschiktheid op en schorste het de geldigheid van het rijbewijs.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat de maatregelen onevenredig waren, onder meer omdat hij gedwongen was de auto uit een parkeergarage te rijden zonder intentie om op de openbare weg te rijden. De voorzieningenrechter en rechtbank overwegen dat de dwingendrechtelijke Regeling het CBR verplicht tot het opleggen van onderzoek en schorsing bij een hoog alcoholpromillage, maar dat in uitzonderlijke gevallen de regeling buiten toepassing kan blijven vanwege onevenredigheid.
De rechtbank oordeelt dat de schorsing van het rijbewijs na 13 mei 2022 onevenredig is gelet op de bijzondere omstandigheden, waaronder de late melding door het CBR, het feit dat eiser afhankelijk is van zijn rijbewijs voor werk, en het beperkte verkeersonveilige gedrag. Het opleggen van het onderzoek wordt echter gehandhaafd omdat het vermoeden van ongeschiktheid terecht was. De rechtbank veroordeelt het CBR tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs na 13 mei 2022 wordt vernietigd wegens onevenredigheid, het onderzoek naar rijgeschiktheid blijft gehandhaafd.