ECLI:NL:RBZWB:2022:7466
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar parkeerbelasting wegens schending hoorplicht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat de auto niet was aangemeld via een parkeerapp. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en deed uitspraak op bezwaar zonder belanghebbende te horen, ondanks herhaalde verzoeken om nadere motivering en een hoorzitting.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar een concrete grond bevatte en dat de heffingsambtenaar ten onrechte aannam dat het een pro forma bezwaar betrof. De hoorplicht is daardoor geschonden omdat belanghebbende niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord, terwijl dit wel was verzocht.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug naar de heffingsambtenaar met de opdracht belanghebbende deugdelijk te horen alvorens een nieuwe uitspraak te doen. Tevens veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de heffingsambtenaar met de opdracht belanghebbende te horen.