ECLI:NL:RBZWB:2022:7018
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van maandelijkse inhouding op bijstandsuitkering wegens ontvangen zorgvergoeding voor voeding
Eiser ontvangt een bijstandsuitkering en daarnaast een maandelijkse vergoeding van €130 van een zorginstelling voor voeding binnen een Volledig Pakket Thuis. Baanbrekers houdt dit bedrag maandelijks in op zijn uitkering, omdat het als inkomen wordt beschouwd. Eiser betoogt dat het bedrag niet vrij besteedbaar is en onderdeel is van zorg, en dat hij daardoor in een nadeliger positie verkeert dan bijstandsgerechtigden in een instelling.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep middelen die periodiek worden ontvangen en kunnen worden ingezet voor levensonderhoud als inkomen gelden. De vergoeding van de zorginstelling wordt als zodanig aangemerkt, ook al is deze bedoeld voor voeding en onderdeel van zorg. Dit betekent dat Baanbrekers terecht het bedrag in mindering brengt op de bijstandsuitkering.
De rechtbank wijst ook het argument af dat eiser vanwege zijn gezondheid extra kosten heeft voor gezonde voeding, omdat deze kosten tot de algemene kosten van bestaan behoren die de bijstand dekt. Ook de vergelijking met bijstandsgerechtigden in een instelling gaat niet op, omdat die een lagere uitkering ontvangen vanwege de zorgvoorzieningen ter plaatse.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 23 november 2022 door rechter A.G.J.M. de Weert.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding van €130 op de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.