Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het tussenvonnis van 16 maart 2022;
- de akte houdende vermeerdering van eis, tevens houdende antwoord eis in reconventie zijdens DSTL van 13 april 2022;
- de antwoordakte zijdens [gedaagde] van 4 mei 2022;
- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2022, waarvan zittingsaantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van mr. Jansen.
3.De feiten
- Bij onderhandse akte van cessie van 16 september 2021 is de vordering uit hoofde van de commissieovereenkomst door de erfgenamen van de heer [naam 1] gecedeerd en overgedragen aan de heer [naam 2]
- Bij onderhandse akte van cessie van 20 september 2021 heeft de heer [naam 2] de aan hem gecedeerde vordering uit hoofde van de commissieovereenkomst gecedeerd en overgedragen aan DSTL.
- Bij e-mailbericht van 20 september 2021 bericht de advocaat van DSTL aan de advocaat van [gedaagde] het volgende:
- Op 20 september 2021 is het vonnis van 23 juni 2021 betekend aan [gedaagde] met bevel tot betaling en daarbij werd het verbeuren van dwangsommen aangezegd.
- Bij e-mailbericht van 21 september 2021 heeft [gedaagde] bevestigd dat hij bereid is mee te werken aan de levering conform het tussen partijen gewezen (en inmiddels betekende) vonnis.
- Bij emailbericht van 21 september 2021 wordt de advocaat van [gedaagde] door de advocaat van DSTL gevraagd om expliciet en onvoorwaardelijk akkoord te geven dat zijn client instemt met hetgeen zoals verwoord in het e-mailbericht van 20 september aangaande de verrekening van de commissievergoeding.
- Bij e-mailbericht van 21 september 2021 reageert de advocaat van [gedaagde] dat [gedaagde] op grond van het tussen partijen gewezen vonnis gehouden is om mee te werken aan de notariële en feitelijke levering van het verkochte, meer of anders niet en client daartoe nadrukkelijk bereid is, meer of anders niet.
- Bij e-mailbericht van 21 september 2021 reageert de advocaat van DSTL dat [gedaagde] gehouden is om te leveren en dat verrekening niet is uitgesloten, zodat DSTL daar – gelet op de cessie akten die reeds zijn toegezonden – tot toe kan overgaan. Gevraagd wordt of, ter voorkoming van ieder misverstand en/of onduidelijkheid daarover, alsnog de expliciete bevestiging dat [gedaagde] daar aldus mee instemt gegeven kan worden, zodat de concept nota van afrekening opgemaakt kan worden.
- De advocaat van [gedaagde] reageert op 21 september 2021 als volgt:
Client is gehouden het onroerend goed feitelijk en notarieel te leveren. Alleen hiervoor bestaat een executoriale titel. (…) Er kunnen dus ook geen dwangsommen komen te verbeuren, louter indien en voor zover client geen (formeel) akkoord geeft op de nu plotseling voorgestelde verrekeningen.
- Op 22 september 2021 heeft DSTL verlof verkregen om ten laste van [gedaagde] conservatoir verhaalsbeslag te leggen op het onroerend goed ter verzekering van de door DSTL gestelde vordering tot nakoming van de commissieovereenkomst en conservatoir beslag op het onroerend goed.
- Er heeft op 22 september 2021 geen levering plaatsgevonden.
- Bij e-mailbericht van 23 september 2021 bericht de advocaat van [gedaagde] de advocaat van DSTL het volgende:
Kunt u mij berichten of dat er nog aanvullende informatie/stukken worden aangeleverd?
Kunt u mij verder berichten wanneer concreet op de kortst mogelijke termijn een afspraak ingepland wordt bij de notaris, en welke notaris dit zal zijn?
Tot slot, kunt u mij morgen voor 10:00 uur bevestigen dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd, voor zolang uw client het transport niet concreet ingepland heeft staan.”
De koopsom bij de notaris voor het pand is 615.000
Verrekening van de 123.000 via cessie kan ook, maar dan wel separaat weergegeven op de afrekening van de notaris koopsom 615.000 af cessie van 123.000, restant uit te betalen aan client.
- Bij e-mailbericht van 6 oktober 2021 bericht de advocaat van [gedaagde] aan de advocaat van DSTL dat [gedaagde] instemt met het verzoek tot verrekening van de commissievergoeding bij levering.
- Bij exploot van 7 oktober 2021 heeft DSTL [gedaagde] gedagvaard en vordert zij [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 123.000,00 uit hoofde van de commissieovereenkomst die aan DSTL is gecedeerd, [gedaagde] te gebieden in te stemmen met verrekening door DSTL van het bedrag ad € 123.000,00 uit hoofde van de commissieovereenkomst met de koopsom die DSTL aan [gedaagde] verschuldigd is uit hoofde van de koopovereenkomst terzake het verkochte en veroordeling in de proceskosten.
- Bij e-mailbericht van 8 oktober 2021 is namens [gedaagde] het volgende bericht aan de advocaat van DSTL:
- Er heeft op 15 oktober 2021 geen levering plaatsgevonden.
- Bij emailbericht van 19 oktober 2021 heeft de advocaat van [gedaagde] het volgende bericht aan de advocaat van DSTL:
Mij te bevestigen dat uw cliënte afzien van de incasso van (beweerdelijk) verschuldigde dwangsommen;
Het door uw cliënte gelegde beslag op de woning van mijn client op te heffen;
Mij te bevestigen dat de aan cliënte uitgebrachte dagvaarding ter zake de commissie wordt ingetrokken en niet zal worden aangebracht.
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
in conventie en in reconventie
8.035,00(2,5 punten × tarief € 3.214,00)
€ 1.770,00(2,0 punten × factor 0,5 x tarief € 1.770,,00)