ECLI:NL:RBZWB:2022:6271
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen over 2018. Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad heeft de inspecteur het teveel betaalde bedrag aan belanghebbende terugbetaald, waarna belanghebbende het beroep introk.
Belanghebbende verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten, waaronder 43 uur aan eigen tijd, kopieer- en verzendkosten van €7 en het griffierecht van €48. De inspecteur erkende alleen de vergoeding van de kopieer- en verzendkosten en het griffierecht, maar wees de vergoeding van uren af omdat belanghebbende geen derde was die beroepsmatig rechtsbijstand verleent.
De rechtbank oordeelde dat de uren niet voor vergoeding in aanmerking komen volgens artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel werd de vergoeding van €7 aan kopieer- en verzendkosten toegewezen. Het griffierecht dient belanghebbende rechtstreeks bij de inspecteur te claimen op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 28 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van €7 aan proceskosten.